Nico Walravens won voor dikke rijen publiek toen wielrennen nog geen tv-sport was
In dit artikel:
Nico Walravens (1934–2026) overleed plotseling in Den Bosch, kort na het samen mee beleven van de Omloop Het Nieuwsblad: de volgende ochtend ging hij met de ambulance weg en zijn hart stopte vermoedelijk door een dodelijk aneurysma in de aorta. Vanaf de brancard riep hij nog naar zijn buurman: “Let je op m’n papegaai, die kan niet alleen blijven.” Zelfs op 91‑jarige leeftijd volgde hij koersen met schotelend enthousiasme en leefde hij luidruchtig mee.
Walravens groeide op na het overlijden van zijn moeder in het Sint Jozefhuis in Den Bosch en verdiende met klusjes genoeg voor zijn eerste racefiets. Hij werkte als schilder en maakte in 1960 de stap naar de beroepsrenners als zogeheten ‘onafhankelijke’, waardoor hij profwedstrijden kon rijden zonder zijn beroep op te geven. Op zijn palmares staan overwinningen in de tweedaagse Ronde van Brabant en ereplaatsen in etappewedstrijden zoals de Olympia’s Tour, de Ronde van Oostenrijk en het Oost‑Europese Warschau‑Berlijn‑Praag.
Walravens belichaamde de periode waarop elk dorp eigen wielerrondes kende en publiek met thermoskan en klapstoeltjes naar de finish trok, nog vóór de massale tv‑populariteit. Legendarisch is de sprint die hij verloor van Jan Janssen — waarop zijn vrouw Mia zo hevig reageerde dat ze Janssen met een paraplu achtervolgde — een anekdote die zijn en Mia’s fanatieke betrokkenheid bij de sport illustreert.