Van agrarisch dorpje tot industrieel stadje; hoe Veghel groeide door de Zuid-Willemsvaart
In dit artikel:
De aanleg van de Zuid-Willemsvaart begon in 1822 in Den Bosch, maar had al snel grote gevolgen voor Veghel. Door een aftakking van het kanaal naar het centrum, die toenmalig burgemeester De Kuijper en bierbrouwer Smits lieten graven, kreeg het dorp een sterke economische impuls. Historicus Bernard Vissers legt uit dat Veghel dankzij de vruchtbare grond, de handel, het kanaal en later ook het Duits lijntje en de A50 uitgroeide tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor ondernemers en bedrijven.
Aan het eind van de 19e eeuw was Brabant nog arm en kwam de echte versnelling pas met de opkomst van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en de Coöperatieve Handels Vereniging (CHV), initiatief van pater Van den Elsen. Die coöperaties versterkten de landbouw en handel in de regio en vormden het begin van verdere bedrijvigheid. Volgens Vissers ontwikkelt economische groei zich nooit op zichzelf: succes trekt nieuwe bedrijven aan, vaak ook via familieverbanden en ondernemersnetwerken.
Die combinatie van ligging, infrastructuur en ondernemerschap maakte dat grote namen als FrieslandCampina, Jumbo, Vanderlande en zelfs de eerste Mars-fabriek van Europa zich in Veghel vestigden. Vandaag de dag is de Zuid-Willemsvaart economisch minder bepalend dan vroeger, maar er varen nog altijd dagelijks vrachtschepen met Veghel als bestemming. In het programma DTV Vaart Mee – 200 jaar Zuid-Willemsvaart vertelt Vissers donderdagavond meer over die ontwikkeling.
Vandaag Inside Oranje: Dave Maasland tegen Shelly Sterk: 'Voor deze blik moet je oppassen!'